Skip to Content

Meer informatie over: arts-patiëntgesprek

Richtlijnen 2011: het horizontale communicatiemodel

  • Lees goed de opgave: welk is de verhouding tussen de twee personen in het gesprek? (Arts  – Patiënt,  Arts – Echtgenoot van de patiënt, Verpleegkundige – Patiënt, Verpleegkundige – Arts,…). Dit heeft immers implicaties voor de loop en inhoud van het gesprek. Zijn er andere belangrijke elementen?
  • Er wordt geen medische voorkennis verwacht van de student die het toelatingsexamen aflegt. Het is dus niet steeds de aanpak die in de medische praktijk wordt gevolgd die op het toelatingsexamen van toepassing is.
  • Op het toelatingsexamen dient het horizontale communicatiemodel te worden toegepast. Dit houdt in:
    • De (tand)arts geeft de patiënt voldoende ruimte: zo kunnen patiënten vragen stellen of bedenkingen formuleren.
    • De (tand)arts staat open voor bekommernissen van de patiënt en is bereid tot luisteren.
    • De (tand)arts informeert de patiënt op zo goed mogelijk verstaanbare wijze (dus: verstaanbare taal, niet te veel vakjargon). De patiënt moet een adequaat inzicht krijgen in zijn gezondheidstoestand en over therapieën. U geeft dus voornamelijk objectieve informatie.
    • De (tand)arts geeft de patiënt voldoende autonomie: de patiënt heeft het uiteindelijke beslissingsrecht.
    • De (tand)arts staat respectvol tegenover de patiënt en zijn opvattingen en waarden.
    • Opgelet: Ondanks bovenstaande punten blijft de arts wél de situatie met een kritisch oog bekijken! Soms mag/moet je niet toegeeflijk zijn naar de patiënt toe.
  • Een medisch consult is een gestructureerd gebeuren en verloopt meestal in onderstaand beschreven volgorde:
    1. Aanvang van het gesprek: de (tand)arts probeert te begrijpen wat er aan de hand is vanuit het standpunt van de patiënt. Hiervoor moet de (tand)arts luisteren naar het verhaal van de patiënt, verder bevragen wat de ideeën, gevoelens en verwachtingen zijn en een poging doen om zich in te leven in wat de klacht voor deze patiënt zou kunnen betekenen.
    2. Anamnese en klinisch onderzoek: de (tand)arts bevraagt de medische aspecten en legt uit wat er verder zal gebeuren in woorden die voor de patiënt begrijpelijk zijn.
    3. De (tand)arts geeft duidelijk aan wat de resultaten van het onderzoek zijn.
    4. Samen met de patiënt overlegt de (tand)arts wat de volgende stappen kunnen zijn in het behandelingsproces. Belangrijk is dat de patiënt ook in dit gedeelte van het consult de mogelijkheid krijgt om zijn/haar bedenkingen te formuleren.
    5. Als laatste wordt het gesprek afgesloten waarbij een korte samenvatting belangrijk is, evenals navragen of de patiënt alles goed begrepen heeft.
  • Ondanks bovenstaande punten blijven soms meerdere antwoordmogelijkheden aannemelijk: dit is normaal. Laat je op het toelatingsexamen vooral leiden door het horizontale communicatiemodel kies het antwoord waar je op dat ogenblik het meest aanvaardbaar vindt.

     

    De vragen die we ter beschikking stellen zijn zeer recent.

    !! Er is een minicursus beschikbaar waar de belangrijkste aspecten van de arts-patiëntcommunicatie worden voorgesteld. De informatie die in de minicursus wordt beschreven is van ondergeschikt belang als de informatie uit het bovenbeschreven horizontale communicatiemodel. De minicursus is echter iets uitgebreider en geeft nuttige informatie over het verwerkingsproces van informatie door patiënten

    Forum

    Heb je vragen over het (namiddag)gedeelte en meer bepaald over de stilleesproef? Dan kan je die stellen in het forum! We helpen je dan snel verder.