In de voorbereidingscursus van de KUL kwam ik volgende vraag tegen:
'Het dichromaation is een sterke oxidator: hierdoor zal een waterige oplossing van dichromaationen in een zuur midden reageren met Fe2+-ionen in een aflopende reactie:
Cr2O72 - + 6Fe2+ + 14H+ --> 2Cr3+ + 6Fe3+ + 7H2O
Stel dat je deze reactie start vanuit een waterige oplossing met 0,10 mol dichromaationen, 0,30 mol Fe2+ ionen en een overmaat aan H+-ionen. Welke van de volgende beweringen is dan correct?
A. Alle dichromaationen worden verbruikt.
B. Er wordt 0,10 mol Fe2+ verbruikt.
C. Er wordt 0,20 mol Cr3+ gevormd.
D. De pH stijgt wanneer de reactie vordert.
Het juiste antwoord zou D moeten zijn, maar met mijn redenering kom ik iets anders uit.
Kan iemand mij uitleggen waarom A,B en C fout zijn en D juist is?
alvast bedankt.