Skip to Content

juli 2009

14 reacties [Laatste bericht]
lizevaes
Offline
Lid sinds: 2008-11-04

1) Je bent arts in een ziekenhuis en een verpleegster komt je melden dat een patiënt niet eens is met de behandeling die hij krijgt. De verpleegster is van dezelfde mening als de patiënt en zegt dit tegen je zonder eerst overlegd te hebben met de hoofdverpleger. Wat doe je?

A Je vraagt waarom en neemt het in acht
B Je besluit te wachten tot de volgende vergadering van artsen en hoofdverpleegkundigen
C Je brengt de hoofdverpleger op de hoogte en wenst dat de verpleegster op het matje wordt geroepen
D Je laat weten aan de hoofdverpleegkundige dat je niet meer wenst samen te werken met deze verpleegster.

A

2) Een patiënt die je al jaren kent heeft een (…)tumor. Hij heeft een grote kans op herstel als hij een operatie ondergaat. Je weet dat hij zelf onderzoek doet naar tumoren en een academische opleiding had. De patiënt wil zelf een nieuwe methode uittesten (die hij goed kent) Wat doe je ?

A. Ik opteer eerder voor een operatie
B. Ik heb meer informatie nodig.
C. Wat vind u zo goed aan die nieuwe methode?
D. ….

C

3) Je bent een ziekenhuisarts. Tijdens je ronde met een verpleger merk je dat hij onrustig is. Als hij bij één van de patiënten een infuus moet steken stort hij naast de patient in en begint te wenen.
Hoe reageer je ?

A. Je geeft hem een zakdoek en laat hem bij de patiënt uithuilen
B. Je legt de patiënt uit dat de verplegers het erg druk hebben
C. Je wijst de verpleger discreet te orde.
D. Je gaat met de verpleger naar buiten en laat hem kalmeren.

D

Versie 2 van deze vraag:
Je bent arts in een ziekenhuis en de verpleger van dienst heeft er een zeer zware week op zitten, de dienst is momenteel namelijk onderbemand. Wanneer je samen met hem naar een patiënt gaat en hem de opdracht geeft een infuus aan te leggen barst hij in tranen uit omdat het hem teveel is geworden. Wat doe je?

Je wijst hem terplekke discreet terecht.
Je doet alsof je het niet hoort.
Je laat hem praten met de patiënt erbij.
Je gaat met hem naar buiten totdat hij gekalmeerd is.

D

4) Een patiënte waarvan je weet dat ze graag een praatje maakt en bij wijze van spreken aan Parijs rond gaat om tot de kern te komen, komt bij je langs. Vandaag heb je echter geen tijd omdat je tegen een bepaald tijdstip ergens moet zijn. Vandaag heeft ze het over het verrassingsfeest dat ze voor haar moeder heeft gegeven. Hoe rond je het verhaal het best af?

A Dat is allemaal best wel mooi, maar waarom kom je daarmee naar mij?
B Het spijt me, maar ik zal ons gesprek moeten afronden ik moet namelijk dringend weg.
C Leuk dat u dat verteld, maar zeg eens waar zit u eigenlijk mee.
D Tof dat u dat georganiseerd heeft, maar hoe is het met uw moeders gezondheid?

B? Ik vind C zo arogant?

5) Je bent een gespecialiseerde arts op een bepaald gebied en je moet hierover een lezing gaan geven. Net op het moment dat je de deur van je kantoor wilt sluiten om te vertrekken krijg je een telefoontje van het labo dat er bij een van je patiënten een ernstige afwijking is gevonden in het bloed die zonodig op de voet gevolgd moet worden.

A je breng de patiënt onmiddellijk op de hoogte
B je vraagt het labo in deze omstandigheden de patiënt op de hoogte te brengen
C je belt de desbetreffende huisarts op om de patiënt op de hoogte te brengen
D je besluit te wachten en de patiënt na het weekend op de hoogte te brengen.

A

6) Een patiënte waarvan je weet dat ze regelmatig last heeft van neerslachtigheid komt bij je op bezoek. Ze heeft last van hoofdpijn en slaapt slecht. Deze keer heeft ze een zware dip en ziet het niet meer zitten. Wat doe je?

A je focust je op de hoofdpijn en slapeloosheid
B 'maar mevrouw, je moet het leven niet zo slecht inzien, er is nog zoveel om voor te leven '
C je vraagt hoe de situatie is op haar werk
D je schrijft gewoon iets voor tegen de slapeloosheid

C