Skip to Content

genetica bundel van leuven

18 reacties [Laatste bericht]
sarah 29
Offline
Lid sinds: 2011-05-18

weet iemand hoe je dit moet oplossen , het is vraag 14 van het genetica deel van leuven : 

bij tomaten is rode vruchtkleur dominant (R) over gele kleur (r).Het  Allel voor een grote plant (G) is dominant over een kleine plant (g).

Een landbouwer wil zijn oogst optimaliseren--> wilt alleen maar grote rode tomaten.

Je krijgt van hem een zaad dat is ontstaan uit de kruising van een kleine plant die raszuiver is voor rode tomaten en een grote plant met gele tomaten. De laatste is ontstaan uit een raszuivere grote en een raszuivere kleine plant. Ook kan hij op dit moment vertellen dat andere zaadjes van de kruising reeds uitgegroeid zijn tot grote planten . Je beslist om als eerste experiment een testkruising op te zetten.

Als je weet dat de genen voor een vruchtkleur en grootte op eenzelfde autosoom liggen op een afstand van 18cM, wat is dan , na je testkruising, het percentage grote planten met rode vruchten?

a. 0,18% c. 18%

b. 0,36% d.36%