Vraag 19 uit de roze bundel van KUL:
2 Bomen zijn verbonden door een touw dat net strak staat. Een persoon trekt met een kracht van 50 N in het midden aan het touw zodat tss het touw en de verbindingslijn tss de bomen een hoek van 15° is . De spanning in het touw is:
A 50N
B 50N / sin15°
C 50N / (2sin15°)
D 50N / (2cos15°)
(juiste antwoord is C)
Zou iemand mij kunnen helpen?