Beste,
Ik heb een vraag over de volgende vraag:
Welke van de volgende grootheden moet je kennen om de hoeveelheid warmte te berekenen die nodig is om 1.00 kg ijs van -2 graden celsius volledig te smelten?
1. De soortelijke warmtecapaciteit van ijs
2. de specifieke smeltingswarmte van ijs
3. de dichtheid van water
A) Alleen 1.
B) Alleen 1 en 2
C) 1, 2 en 3
D) Alleen 2
Ik dacht dat je deze vraag kunt oplossen met de volgende formule: Q = c * m * dt.
dt en m zijn al gegeven in de vraag, dus blijft c over. Daarom dacht ik dat a het goede antwoord is.
Echter.. antwoord B is het goede antwoord.
Wat zie ik hier over het hoofd? Waarom moet je ook de specifieke smeltingswarmte van ijs weten?
Alvast bedankt. :D