11) Een elektrisch veld van 4.0 µV/m wordt geïnduceerd in een punt dat 2.0 cm verwijderd is van de as van een lange spoel (straal 3.0 cm, 800 windingen/m). Aan welk tempo verandert de stroom in de spoel?
A. 0.50 A/s
B. 0.40 A/s
C. 0.60 A/s
D. 0.70 A/s
E. 0.27 A/s
12) Een lange spoel (straal 3.0 cm, 2500 windingen/m) draagt een stroom gegeven door I = 0.30 sin(200?t) A, waarbij t in s gemeten wordt. Wanneer t = 5.0 ms, wat is dan de grootte van het geïnduceerde elektrische veld in een punt op een afstand van 2.0 cm van de as van de solenoïde?
A. 7.3 x 10^-3 V/m
B. 6.4 x 10^-3 V/m
C. 6.9 x 10^-3 V/m
D. 5.9 x 10^-3 V/m
E. 8.9 x 10^-3 V/m
Deze oefeningen kan ik niet oplossen..
flux = B * A * cos(hoek)
inductiespanning = ((-flux)/tijd) * aantal windingen
Maar hoe haal je hier de stroom uit?