In een U-vormige buis heeft het brede been een doorsnede die tweemaal groter is dan het eerste. Men giet een vloeistof A in de buis tot dat ze half gevuld is (communicerende vaten=dus op gelijke hoogte gevuld). De Lengte van de twee buizen is h. De lengte tot waar de buizen gevuld zijn is h/2.
In het smalle been wordt daarna een tweede vloeistof B gegoten die niet mengbaar is met de eerste. Als het smalle been tot boven gevuld is, dan is de vloeistof in het brede been 1/8e van de totale hoogte gestegen.
De verhouding vd dichtheid van beide vloeistoffen is dan:
a) 1/8
b) 1/4
c) 1/2
d) 2
antw is D. ik zit vast met deze oefening. Als het brede been met 1/8e vloeistof A stijgt, het smalle been met 1/4e vloeistof B?
Ik weet echt niet hoe ik het antwoord moet berekenen omdat de druk in A en B niet gegeven is.
Can someone help me please?